Hoe goed is de jonge klare voorbereid?
De modernisering van de medische vervolgopleidingen vergt grote inspanningen. Leidt al dat werk ook tot betere dokters? Onderzoekers Jan Pols en Ids Dijkstra gaan dat na. Het antwoord laat nog even op zich wachten maar de eerste resultaten zijn binnen.
Wie wil onderzoeken wat de modernisering van de opleiding tot medisch specialist precies oplevert, moet eerst zicht hebben op het takenpakket waarop de opleiding jonge klaren voorbereidt. Het project ‘Jonge klaren’ ging daarom in 2009 van start met een verkennend onderzoek. Dat werd uitgevoerd door een masterstudent en Jan Pols. Zij maakten een eerste, voorlopige beschrijving van het takenpakket van een arts. Met die lijst van 73 taken vroegen zij aan jonge klaren om per taak aan te geven in hoeverre zij zich daarop toegerust voelden. Geen geringe klus. Toch deden er genoeg jonge klaren mee om te kunnen vaststellen dat de onderzoeksmethodiek werkt.
Medisch-inhoudelijk
Deze eerste, verkennende studie leverde ook al meteen zinvolle resultaten op. Pols: ‘Je ziet dat de jonge klaren zich vooral goed voorbereid voelen op de medisch-inhoudelijke taken. Zo scoort de vraag ‘Hoe goed voelt u zich voorbereid op het opstellen van beleid voor een patiënt?’ erg hoog. Vrijwel alle respondenten voelden zich daar goed op voorbereid. Maar de vraag: ‘Hoe goed voelt u zich voorbereid op het overleggen met een verzekeraar over de vergoeding van een behandeling?’ scoort bijzonder laag.’

Enquête
Dankzij de steun van de OOR NO konden Pols en Dijkstra de lijst met taken uitbreiden tot een dekkend en gevalideerd overzicht van 91 taken. Pols is er trots op: ‘Het takenpakket is geldig voor alle 27 specialisaties die door de MRSC zijn erkend en voor de kaakchirurgie. Nu hebben we alle jonge klaren die in de afgelopen 3 jaar zijn geregistreerd een vragenlijst gestuurd. Alleen Interne Geneeskunde doet niet mee.’
Die groep bestaat uit 160 jonge klaren die in de OOR NO zijn opgeleid. Dijkstra: ‘We verstuurden de enquête in de zomer. Nu zijn er al ruim 50 binnen. Ik verwacht dat we binnenkort op een voldoende groot aantal respondenten zitten om statistisch verantwoorde uitspraken te kunnen doen. Een innovatie in de huidige vragenlijst is de toevoeging van een ‘moderniseringsmeter,’een set vragen waarmee we nagaan in welke mate de verschillende elementen van de modernisering aanwezig waren in de opleiding . We hopen zo uitspraken te kunnen doen over de invloed van verschillende opleidingsfactoren op de aansluiting. Door het onderzoek de komende jaren te herhalen, hopen we op termijn een verschuiving te vinden in de voorbereiding op de 91 taken en aan te kunnen geven in hoeverre dit samenhangt met de modernisering,’
Reflectie op resultaten
Als de resultaten van de zojuist verstuurde enquête bekend zijn, maken Pols en Dijkstra een rondje langs de COC’s van de ziekenhuizen. Ze willen dan graag de eerste conclusies bespreken. Dat rondje langs de COC’s heeft nog een doel: ‘Natuurlijk is dit onderzoek wetenschappelijk interessant. Maar de enige die écht consequenties kunnen verbinden aan onze conclusies zijn de opleiders zelf.’ Daarom wil Pols graag dat opleiders meer betrokken raken bij het onderzoek. ‘Er zijn meer mensen die onderzoek doen naar het succes van de modernisering . Maar zij kijken vooral of alle geplande veranderingen ook daadwerkelijk zijn uitgevoerd in de opleidingen. Wij kijken naar de resultaten van de opleiding: of een jonge klare goed is voorbereid. Het zou mooi zijn als door ons onderzoek de focus van de reflectie meer komt te liggen op de resultaten van de opleiding. Als we weten wat jonge klaren nog missen in hun opleiding kunnen we hen met aanpassingen in de opleidingen en een gericht aanbod van bij- en nascholing nog beter op weg helpen.’




