OOR Noord- Oost-Nederland

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size
E-mail Afdrukken

In VIVO: ervaringen om van te leren

In VIVO was een project rond de implementatie van de nieuwe opleidingsplannen van de Obstetrie & Gynaecologie en de Kindergeneeskunde. Afgelopen zomer is het project afgesloten. Wat is er in vier jaar bereikt?

Een belangrijke doelstelling van In VIVO was om ervaring op te doen met het nieuwe opleiden en daaruit lessen te trekken voor de andere medische vervolgopleidingen. De invoering van nieuwe onderwijskundige inzichten en instrumenten stonden hierbij centraal. Een brede doelstelling, die wel behaald is. Er zijn belangrijke zaken bereikt. Onderwijskundige netwerken, kwaliteitsprojecten, meer transparantie over de opleiding en het te verwachte competentieniveau van de aios. Maar bovenal, het besef van het belang van goed opleiden is toegenomen.

invivo-header2

Opleidingsinstrumenten
In VIVO fungeerde als proeftuin om ervaringen op te doen met nieuwe toetsinstrumenten. Zoals de Objective Structure Assessment Technical Skills, de Korte Praktijk Beoordeling en de multi source of 360° feedback. De regionale kernteams van In VIVO gaven speciale trainingen om aios en opleiders te scholen in het gebruik van deze instrumenten en om hun didactische vaardigheden te verbeteren. Zowel aios als opleiders zijn enthousiast over de instrumenten. De In VIVO enquête 2010 leert dat het gebruik van de instrumenten sinds 2008 inderdaad is toegenomen. Een aantal instrumenten (zoals multi source feedback en bekwaamverklaring) zijn inmiddels ontwikkeld tot opleidingsrichtlijnen. Deze zijn goedgekeurd en uitgegeven door de NVMO (mei 2010).

In VIVO in de OOR N&O
Het In VIVO kernteam in de OOR N&O had een duidelijke visie: de verantwoordelijkheid voor implementatie ligt bij de opleider en de opleidingsgroep, de adviseurs (onderwijs- en bedrijfskundigen) zijn er voor advies, begeleiding en coördinatie. Met van elkaar leren als belangrijk uitgangspunt.

Een goede visie: het kernteam bleek een van de meest vooruitstrevende en gestructureerde teams. Elke opleidingsgroep ging in het eigen ziekenhuis aan de slag met de implementatie van het nieuwe opleidingsplan. Deze ervaringen werden geëvalueerd tijdens de regionale bijeenkomsten (twee keer per jaar). Elke regionale bijeenkomst kende een ander inhoudelijk thema. Zo werd kennis vergroot, van elkaar geleerd en de vaart erin gehouden.

Andere opleidingen
In VIVO heeft duidelijk een boost gegeven aan de ontwikkeling van het nieuwe opleiden. Er zijn veel goede dingen ontwikkeld. Maar het is te kort door de bocht om te zeggen dat er nu een blauwdruk ligt voor succesvolle implementatie van een gemoderniseerd opleidingsplan. Want ook dat hebben we geleerd: innovatie van een opleiding is nauw verbonden met het opleidingsklimaat en de instelling van opleiders en aios. De conclusies en aanbevelingen van In VIVO overnemen maakt nog geen innovatief klimaat op de afdeling. Je hebt mensen nodig die ontwikkelingen opzuigen en hiermee aan de slag willen gaan.

Meer weten?
U kunt het eindrapport van het project In VIVO van de OOR N&O downloaden. Ook vindt u op de website van de OOR N&O de artikelen die vanuit het In VIVO project zijn verschenen in Medische Contact en het Tijdschrijft voor Medisch onderwijs.

Tekst: Loes Smit 

Terug naar voorpagina