Keel-Neus-Oorheelkunde
KNO is het specialisme dat zich bezighoudt met aandoeningen en ziekten van keel, neus en oren. Hieronder vallen ook aandoeningen van de hals- en speekselklieren, afwijkingen in de slokdarm, duizeligheidklachten en evenwichtsstoornissen, allergieën van de bovenste luchtwegen en communicatieve stoornissen. Omdat het werkterrein van de KNO-arts breder is dan de naam van het specialisme doet vermoeden, wordt ook wel van KNO-heelkunde en heelkunde van het Hoofd-Halsgebied gesproken.
Het Universitair Audiologisch Centrum Groningen (UACG) maakt deel uit van de afdeling KNO van het UMCG. Door deze integratie en nauwe samenwerking is het mogelijk om het bezoek aan de KNO-arts en noodzakelijke vervolgonderzoeken te combineren.
De opleiding
De opleiding tot KNO-arts duurt vijf jaar en bestaat uit een basisdeel van vier jaar en een differentiatiedeel van één jaar. In het basisdeel volgt de aios in het tweede jaar acht maanden en het hele vierde jaar in een niet-academisch ziekenhuis. De andere jaren volgt de aios de opleiding in het UMCG. Het Martini Ziekenhuis, de Isala Klinieken en het Medisch Centrum Leeuwarden zijn partners in de opleiding. Via het menu rechts op deze pagina vindt u meer informatie over deze partnerziekenhuizen, de opleiders en over de KNO-afdeling van het UMCG.
topreferente zorg op de aandachtsgebieden, maar het UMCG is ook een stads- en streekziekenhuis. Daardoor is er ook veel poliklinische- en operatieve expositie aan de algemene KNO-heelkunde problematiek, waardoor de aios een brede opleiding krijgt aangeboden.
De opleiding is vormgegeven conform het nieuwe curriculum ENTER, dat landelijk is vastgesteld. In het plan vindt u welke verplichte stages de aios doet, hoe het cursorisch onderwijs en het werkplekleren is georganiseerd en hoe er wordt getoetst.
Op basis van ENTER hebben de gezamenlijke opleiders een regionaal opleidingsplan gemaakt voor de OOR N&O. Het regionale opleidingsplan bevat opleidingsschema's per jaar en per thema.
In OORzaken vertelt professor van der Laan dat het belangrijk is dat alle opleiders overtuigd zijn van het plan en er achter staan. Lees het artikel Opleidingsplan KNO: van landelijk naar regionaal.
Differentiatie
Het vijfde jaar is een differentiatiejaar. De aios kan de differentiaties oncologie, allergie, cosmetische aangezichtschirurgie, schedelbasischirurgie, rhinologie, otologie en laryngologie kiezen.
Wetenschappelijk onderzoek
Aios hebben de mogelijkheid twee jaar voor de start van de opleiding het promotietraject te beginnen. Hoofd-halsoncologie, cochleaire implantatie en tinnitus (www.huizingastichting.nl) zijn de onderzoekslijnen in het UMCG.
Subspecialisatie
Na registratie is subspecialisatie in de hoofd-halsoncologie, ototlogie en laryngologie mogelijk. Subspecialisatie duurt twee jaar.
Meer informatie en solliciteren
Per jaar worden drie aios aangenomen. De vacatures worden geplaatst op de website van het UMCG. Kandidaten die worden geselecteerd en hebben een gesprek met de sollicitatiecommissie en de sollicitatieadviescommissie. Uw kansen voor aanname zijn groter als u werk- of onderzoekservaring heeft.
Voor meer informatie over de opleiding kunt u contact opnemen met het secretariaat KNO in het UMCG (t) 050 3612540. Meer informatie over het specialisme vindt u op de website van de Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde.




