Glashelder: vernieuwingen in de opleiding tot psychiater
Op 1 januari 2011 wordt het nieuwe opleidingsplan Psychiatrie ingevoerd. Maar er was al veel veranderd in de opleiding. Professor Robert Schoevers vertelt erover. Schoevers is hoofd van de afdeling Psychiatrie van het UMCG en voorzitter van het opleidingsconsortium Psychiatrie Noord-Nederland. Met het nieuwe opleidingsplan is glashelder wat er van de psychiater verwacht wordt.

Aios moet kiezen
In 2009 verscheen het HOOP-rapport. ‘HOOP’ staat voor Herziening Opleiding en Onderwijs Psychiatrie. Het rapport beschrijft de nieuwe eindtermen voor de opleiding tot psychiater. Twee veranderingen springen in het oog. De opleiding wordt gesplitst in drie aandachtsgebieden. De aios kan kiezen tussen volwassenenpsychiatrie, kinder- en jeugdpsychiatrie of ouderenpsychiatrie. Voortaan wordt een aios, na een algemeen deel van tweeënhalf jaar, in de laatste twee jaar van de opleiding opgeleid tot psychiater binnen een van deze aandachtsgebieden. In die vervolgopleiding verdiept de aios zich in het aandachtsgebied van zijn of haar keuze. Daarmee is ook een ontwikkeling in de gevraagde competenties gegarandeerd zodat de aiossteeds meer op het niveau van de medisch specialist gaat functioneren.
Meer betrokkenheid, meer rendement
Het cursorisch onderwijs wordt georganiseerd in tutorgroepen van ongeveer veertien aios. Hun opleiding starten zij met een week waarin zij volledig zijn vrijgeroosterd. Schoevers: ‘In die week krijgen ze de basiskennis. Ze leren de vaardigheden die je nodig hebt om goed te kunnen functioneren. Het zijn de dingen waar je de eerste tijd tegenaan loopt. Je kunt dan denken aan crisisinterventie, het beoordelen van suïcidaliteit of basiskennis van de Wet bopz.’ Na deze eerste week is het cursorisch onderwijs geconcentreerd op een halve dag per week. Dat vindt plaats in Beilen voor de hele OOR.
De aanpak van dat cursorisch onderwijs doet sterk denken aan de manier waarop het medisch onderwijs in Groningen is georganiseerd. De tutorgroep bereidt de studiestof voor, houdt daar referaten over en maakt videoopnames van patiënten om specifieke thema’s te illustreren. Schoevers: ‘Als je zelf les geeft over een onderwerp creëer je meer betrokkenheid. Het studierendement verbetert.’ En toch is de belasting voor de opleider gedaald, merkt Schoevers: ‘Vroeger hadden we frontaal onderwijs door allerlei verschillende docenten. Nu is de opleider de tutor maar die rol kan ook door collega’s worden ingevuld. Ik merk dat de onderwijsbelasting kleiner is terwijl het rendement groter is.’ Schoevers benadrukt de bijdrage van experts aan het onderwijs: ‘Natuurlijk zijn experts in specifieke onderdelen, zoals schizofrenie of depressie, intensief bij het onderwijs betrokken. Zij maken de toetsvragen en verzorgen aan het eind van ieder blok een bijeenkomst. Daarin beantwoorden ze vragen die tijdens het blok zijn gerezen. En bovendien belichten ze een onderwerp waar ze zelf mee bezig zijn. Aios waarderen die bijeenkomsten heel erg.’
Continuüm
Ook nieuw is de extra aandacht voor continuïteit in het onderwijs. Naast het regionale kennisonderwijs volgen aios in de eigen instelling allerlei trainingen op het gebied van diagnostische vaardigheden en behandelvaardigheden. Schoevers: ‘Onze eigen staf geeft Klinisch Vaardigheden Onderwijs, internisten en neurologen uit het UMCG bespreken een aantal somatische ziekten die voor de psychiatrie relevant zijn, en we doen veel meer dan voorheen aan instructie en feedback op het functioneren in de patiëntenzorg. De KKB’s zijn ook bij ons ingeburgerd geraakt.’ Die KKB’s zijn waardevol vindt Schoevers. Hij plaatst wel een kanttekening: ‘We moeten er geen bureaucratische tijger van maken. De KKB is een manier om aandacht te besteden aan specifieke vaardigheden in de praktijk.’
Toetsen
Een belangrijk kenmerk van de aanpak is de aandacht voor toetsing. Schoevers: ‘Alles wordt getoetst. We toetsen bij de start van een onderwijsblok de basiskennis. En na afloop toetsen we de voortgang die deelnemers maken. Tja, het is niet anders: als je toetst, gaan mensen aan de slag.’ Omdat de onderwijsstof en de toetsen inmiddels landelijk worden afgestemd zijn de opleidingsprogramma’s steeds meer gestandaardiseerd. Vroeger kon een opleiding wel eens erg gefocust zijn op de persoonlijke voorkeuren en preoccupaties van de opleider. Bijvoorbeeld in de balans tussen de somatische en psychotherapeutische aspecten van het vak. Nu is glashelder wat je moet weten en kunnen als psychiater.’
Mentoraat
Nog een pluspunt vindt Schoevers de scheiding van supervisie en mentoraat: ‘Onder supervisie verstaan we de werkbegeleiding tijdens de patiëntenzorg. Daarnaast is er ook een uur per twee weken ingeroosterd voor mentoraat. Dat is een vorm van reflectie die wat verder af staat van de dagelijkse praktijk. Het gaat dan bijvoorbeeld over patiëntencategorieën of team-interacties waar je extra aandacht aan wilt besteden. Maar het kan ook gaan ook over de vraag hoe je je verder wilt ontwikkelen binnen het vak, of over de balans tussen werk en privé. Met het mentoraat willen we de professionele vorming in goede banen leiden.’
Tekst: Wout Sorgdrager




